Specerijen zijn planten en/of plantendelen die aromatisch smaken of ruiken of scherpe smaak hebben. Ze kunnen aan voedsel worden toegevoegd als smaak- en geurmiddel. Bij matig gebruik helpen ze de eetlust en de spijsvertering te stimuleren.

Specerijen en kruiden zijn beide plantaardig. Het verschil tussen de twee is niet vastomlijnd. Met kruid wordt meestal verwezen naar een product afkomstig van een kleine groene plant. Zulke planten groeien vaker in gematigde klimaten en voornamelijk het bladgroen en stengels worden gebruikt als smaakmaker. Met specerij wordt meestal verwezen naar een smaakmaker uit andere, voornamelijk tropische klimaten. Van deze planten worden ook de bloemknoppen, meeldraden, zaadjes, vruchten,bast en wortelstok gebruikt. 

In de oudheid en middeleeuwen vormden de oosterse specerijen een belangrijk handelsartikel. De specerijen waren destijds in de keuken zeer gewild als smaakstoffen en conserveringsmiddelen. Ook schreef men er geneeskrachtige werkingen aan toe. Door hun schaarste waren specerijen ultieme luxe producten voor de elite van de westerse rijken. Met de opkomst van de zeevaart  ontdekten de West-Europese zeevaarders de aromatische plantdelen uit andere werelddelen met veelal een warmer klimaat die via de specerijenhandel de al bekende kruiden aanvulden. Een netwerk van handelsroutes verbond ver van elkaar gelegen gebieden in Europa en Azië met elkaar waarlangs ook kennis en ideeën werden uitgewisseld.